Monsternemer met draaiende buis PK 1000
Retsch PK 1000 monsternemers met ronddraaiende buis dienen voor het representatief, stofvrij verdelen of reduceren van grotere hoeveelheden bulk materiaal. Voor kwaliteitsbewuste fabrikanten en processors is een exacte monstername even belangrijk als een correcte analyse.
Toepassingen
bodems, bouwmaterialen, cement klinkers, chemicaliën, granen, koffie, kunstmest, meel, metaalpoeders, mineralen, noten, vulstoffen, waspoeder, zaden, zand, ...
Voordelen
- exact verdelen, ook voor grotere hoeveelheden
- aanpasbare verdeelverhouding
- extractie van 1-3 stalen
- bemonsteren op laboratoriumschaal
- verdeelproces volgens DIN 51701/Pt 4
- batch en continubedrijf mogelijk
- eenvoudig en veilig gebruik
- makkelijke reiniging
- 2 jaar garantie, CE conform
Kenmerken
| Toepassingen | Staalname, monsterverdeling of -reductie |
| Toepassingsdomein | biologie, bouwmaterialen, chemie / kunststoffen, engineering / electronica, geneesmiddel / medicijnen, glas / keramiek, landbouw, milieu, mineralogie / metallurgie, voedsel |
| Toevoermateriaal | stortgoederen |
| ≤ 10 mm | |
| Aantal verdelingen | 1 / 2 / 3 (afhankelijk van onderkonus) |
| Tijdsinstelling | digitaal, 1 - 99 min / continu |
| Spleetbreedte, continu aanpasbaar | 0 - 159 mm (1 uitloop) 0 - 110 mm (2 uitlopen) 0 - 53 mm (3 uitlopen) |
| Max. deelverhouding | 1 x 1:5 (1 uitloop) 2 x 1:7,2 (2 uitlopen) 3 x 1:15 (3 uitlopen) |
| Min. deelverhouding* | 1 x 1:26 (1 uitloop) 2 x 1:26 (2 uitlopen) 3 x 1:26 (3 uitlopen) |
| Volume van opvangbak | 30 l |
| B x H x D | 560 x 1150 x 700 mm |
| Netto gewicht | ~ 47 kg (incl. DR 100) |
| *afhankelijk van toegevoerd materiaal en configuratie/instellingen van toestel |
Principe
Het te verdelen materiaal loopt vanuit de trilgoot in de monsternemer met ronddraaiende buis. De totale materiaalstroom loopt gelijkmatig uit de roterende buis (50 toeren/min) tegen de wand van de onderste conus. De uitwisselbare onderconi hebben één, twee of drie uitlopen, waarvan de opening continu kan aangepast worden. De relatieve hoeveelheid monster stemt overeen met de verhouding tussen de spleetopneing van een uitloop en de totale omtrek van de conus. De rest valt in de onderste opvangbak.
Onder voorbehoud van technische wijzigingen en eventuele fouten



